kan hij nog niet...?
Kinderen, Persoonlijk

Kan hij nog niet…?

Er zijn dingen die je kind echt op een bepaald moment moet kunnen. Eén daarvan is plassen en poepen op de WC als het naar de basisschool gaat. Dat moet gewoon, juf of meester heeft geen tijd voor het verschonen van luiers. Nu zit ik even heel hard te denken wat er verder echt op een bepaalde leeftijd móet… Ik kan eigenlijk niets bedenken. Al zijn er een heleboel mensen die meningen hebben over wat op een bepaalde leeftijd ‘hoort’, zoals bijvoorbeeld de fietshandelaar waar we een fiets wilden kopen voor de 4de verjaardag van onze zoon. Vol ongeloof riep hij door de zaak ‘Kan hij nog niet fíetsen?!’ Of we dan op een flat woonden, want dat zou de enige verklaring kunnen zijn volgens hem.

Je baby in een grafiekje

Als je met je verse baby op het consultatiebureau wordt verwacht, begint het al. Gewicht, lengte en hoofdomvang worden gemeten en gedocumenteerd, in een grafiekje gezet en vergeleken met het gemiddelde van… Ja, van wat eigenlijk? Het gemiddelde van een heleboel kinderen. Dus een heleboel lengtes en gewichten samen en daar dan het midden van. Jouw kind, een uniek exemplaar dat zich op geheel eigen wijze zal ontwikkelen, wordt gereduceerd tot cijfers en afgezet tegen een grafiekje. Ik chargeer dit, maar dit is wel het begin van wat zal volgen: meten, vergelijken, binnen de norm vallen. Buiten de lijntjes kleuren leren we pas als we weten en begrijpen wanneer we bínnen die lijntjes vallen.

Gemiddeld kind

Newsflash: niemand heeft een gemiddeld kind. Dat is maar goed ook, daar zou de wereld heel saai van worden. Lastig vind ik het dan ook dat er mensen zijn die zichzelf, hun kind en ook mijn kind tegen een gemiddelde, een meetlatje of een ‘norm’ afzetten. Dat aan de hand daarvan dan wordt bepaald of er iets afwijkt en hoeveel dan. Ik snap heus wel dat dat in bepaalde situaties handig kan zijn en zelfs noodzakelijk, zoals dat het belangrijk is dat een baby goed groeit, dat je kind het onderwijs krijgt dat bij hem past of dat er bij grote afwijkingen van die ‘norm’ eens moet worden gekeken naar een mogelijke oorzaak. Maar of een kind op een bepaalde leeftijd moet kunnen fietsen, lezen, doorslapen, zelfstandig een boterham moet kunnen smeren: daar is geen richtlijn voor. Gelukkig maar, toch?

Wie bepaalt die norm?

Die opmerking van de fietshandelaar was geen geintje of een geïnteresseerde vraag. Het verwijt droop van zijn vraag af. Op het moment zelf was ik verontwaardigd, boos en op mijn moederziel getrapt, op een later moment kon ik me alleen maar verwonderen over zo veel oordeel en zo weinig mensenkennis.

Ik ben zo benieuwd wie deze zogenaamde ‘normen’ in beton denkt te moeten gieten en vooral: waar komt de noodzaak en de wil vandaan om iemand – in dit geval de ouders van een kind – hier op aan te spreken? Uiteraard hebben we die zaak verlaten zonder fiets en elders bij een wél behulpzame en vriendelijke fietshandelaar een leuke fiets gekocht. Met zijwieltjes.

Het complete plaatje

Ik heb een gezond kind, cognitief en motorisch gaat alles prima, maar toch heb ik al regelmatig te maken gehad met opmerkingen van anderen die lieten blijken dat het ‘anders’ doen of ‘anders’ zijn op zijn minst benoemd moet worden. Of ik toch wel ging stoppen met borstvoeding als hij 1 jaar is. Dat het toch heel raar is dat een kind van 4 jaar nog steeds een speen heeft. Dat hij zo eenkennig was want tja, hij gaat natuurlijk niet naar een opvang waar hij met andere kinderen kan spelen. Of hij nog niet zonder zijwieltjes kan fietsen, want Flipje kon dat al wel toen hij net 3 was. Goh.

Een oordeel is gauw geveld, maar zie je ooit het hele plaatje? Mijn kind had tot zijn vierde jaar nauwelijks interesse in de prachtige loopfiets die ik voor hem kocht, maar sprak op zijn tweede al wel volzinnen. Dat was leuk en ook best handig. Hij liep er niet de hele dag mee rond, maar zijn speen zorgde er wel voor dat hij ’s avonds rustig in slaap kon vallen en wij ook een – min of meer – goede nachtrust hadden. De kat uit de boom kijken in sociale situaties heeft hij niet van een vreemde, maar binnen een half jaar ontwikkelde hij zich op de basisschool tot een sociale en spontane kleuter met praatjes zoals we hem thuis al kenden.

Zelf hebben wij ons nooit veel zorgen gemaakt over bovenstaande zaken, waarom doen andere – soms wildvreemde – mensen dat dan wel?

STOP

Dat meten en vergelijken lijkt een tweede natuur van ons geworden. Het wordt er al ingeprent vanaf de geboorte en blijft als een rode draad door het leven lopen: op school, bij sport, tijdens de studie, op het werk. Hoe bewust ik er van probeer te zijn, ook ik ben niet vrij van oordelen en vergelijken. En prestatie, misschien ook wel. Ik betrap mezelf er wel eens op dat er ook in mijn hoofd tóch een vergelijking sluipt. Bijvoorbeeld dat zijn vriendje al extra werkjes op school mag doen en hij niet, dat hij nog weinig interesse in letters heeft terwijl die-en-die al hele woorden kan schrijven, dat hij nog niet wil fietsen zonder zijwieltjes… STOP!

Het mooie is dat ik na zo’n moment naar mijn zoon kijk en zie dat hij daar dan totaal niet mee bezig is. Dan bedenk ik: o ja, ieder zijn eigen weg. Zou ik ook vaker over mezelf mogen denken, trouwens.

Headerfoto: stockfoto van iStock

Vorige bericht Volgende bericht
 

Misschien vind je dit ook leuk om te lezen

Reacties op Facebook

Geen reacties

Plaats een reactie