De eerste keer dat ik de vijf vrolijk gekleurde plastic bekertjes op een rij zag staan, ruim zes jaar geleden, weet ik nog goed. Eén rondje drinken en er is nagenoeg een literpak sap verdwenen! Aan de twee gezonde prachtige dochters die ik op de wereld zette had ik mijn handen vol, sinds ik alleen was komen staan. Nu waren er opeens vijf, heb een samengesteld gezin. Wat een verantwoordelijkheid!

Gezin samenstellen


Na enkele weken intensief daten met mijn huidige man besloten we de kinderen kennis te laten maken met elkaar. Daar stond ik dan; stiefmoeder in de dop, tot over mijn oren verliefd, licht gespannen, hoopvol maar realistisch genoeg om te weten dat het geen makkelijke klus zou zijn om van twee gezinnen één te maken. Gelukkig konden de kinderen vanaf de allereerste dag goed met elkaar overweg en waren bereid elkaar te helpen.

In de jaren die volgden ontkwamen mijn man en ik er niet aan onze regels, normen en waarden over het gezinsleven naast elkaar en uiteindelijk over elkaar heen te leggen. Wij moesten natuurlijk zo veel mogelijk een front blijven vormen, al waren we het écht niet altijd met elkaar eens.

Macaroniverdrag

Enkele jaren later had ons samengesteld gezin, in Huize Van den Heerik, een ongeschreven, ongeschreven-regeldocument dat met goed of minder goed overleg tot stand kwam. Op een jolige dag zijn we het zelfs het ‘Van den Heerik Verdrag’ gaan noemen. Één van ons bekendste verdrag en misschien wel de meest beruchte is toch wel het ‘Verdrag van Macaroni’.

Macaroni is de combinatie van pasta, saus, groente en eventueel gehakt en/of kaas. Tenminste, dat dacht ik. Inmiddels weet ik beter. Macaroni is een overdadig bord vol met de grappig uitziende halfronde elleboogjespasta met vier plakjes kaas er overheen.

istock-1194753924

Kinderen eten groente

‘Is dat alles?’ Zei ik in eerste instantie nog enigszins grappend. Er vormde zich een klein glimlachje op mijn gezicht. ‘Waar is de groente?’ Op het moment dat ik een schuin oog op mijn echtgenoot wierp en zie dat ook hij serieus is over de smakeloze, kleurloze, groente- en sausloze pastaberg, met kaas, dat voor mij stond. Er valt een akelige stilte in de kamer.

Wie mij kent weet dat ik geen strenge moeder ben. Ik kan soms zélfs een beetje té makkelijk zijn. Een aantal onderwerpen staan echter overduidelijk vast en daarover ontstaat geen discussie. Kinderen eten groente. Punt. Gewoon omdat het gezond is en lekker. Ik hekel geklaag over het avondeten. Iedereen eet wat de pot schaft en eten wordt niet ‘vies’ genoemd maar hooguit ‘niet jouw smaak’. Er zijn genoeg maaltijden waarbij niet standaard groente wordt geserveerd dus wanneer dit wel zo is wordt het ook gegeten. Mijn doortastend, volhardend ouderschap werd dus behoorlijk op de proef gesteld.

Wat de pot schaft

Wanneer ik om mij heen kijk zie ik dat vijf paar prachtige kinderoogjes mij aankijken. Hun gespannen gezichtjes spreken boekdelen. ‘Lieve kinderen,’ begin ik rustig, ‘we zitten met een probleem. Ik vind het niet eerlijk om in één huis het ene kind groente te laten eten en het andere niet. Daarom heb ik, impulsief als altijd (zucht…) een plannetje bedacht.’

Eén van de kinderen slaakt een korte zucht van verlichting. Ik zie dat het hart van mijn jongste dochter een sprongetje maakt. En daar had ze groot gelijk in want op het moment dat ik tegen de kinderen zeg dat ‘ik een plannetje heb bedacht’ is het eigenlijk altijd iets geks waarna we met zijn allen kunnen schaterlachen. ‘We gaan allemaal, liefst een beetje tegelijk, één flinke lepel macaroni eten mét de saus, groente, de pasta én het vlees.’ Het bewijs dat zeventig procent van menselijke communicatie non-verbaal plaatsvindt wordt direct geleverd. Ik zie dat ik voorlopig nog geen vrienden maak.

Punten gescoord


‘Maar,’ nog voordat één van hen kan reageren heb ik het lunchbordje waar de kinderen hun plakjes kaas op verzameld hebben van tafel gepakt en hou het pontificaal voor mijn gezicht. Voorzichtig zie ik de eerste glinstering in de ogen van de kinderen verschijnen. Als er namelijk iets is dat ik afstotelijk en oneetbaar vind dan is het wel kaas, zeker de gesmolten draadjesvariant. Het gaat zelfs zo ver dat ik anderen voor mijn karretje span om het gezin van tosti te voorzien.

‘Wanneer jullie allemaal een hap échte macaroni hebben gegeten, eet ik deze plakjes kaas.’ Zo gezegd, zo gedaan; vijf minuten later zit ik oog in oog met de jonge, zweetgeur bevattende maar verder onschuldig ogende plakjes. Uiteraard ondersteund door luide aanmoedigingen van de kinderen. Met een overdaad aan toneelspel, afgewisseld met echte afkeerverschijnselen, eet ik de plakjes kaas. Nog steeds écht niet mijn smaak. Maar, daar ging het tenslotte allemaal om:

Eén punt voor de groentes, én voor mij.