Wanneer je rond de twaalf weken zwanger bent, zal er tijdens het bezoek aan de verloskundige bloed worden afgenomen. Aan de hand van dit bloedonderzoek wordt de bloedgroep van de moeder vastgesteld. Daarnaast wordt de rhesusfactor van de moeder bepaald alsook de eventuele aanwezigheid van irregulaire antistoffen in het bloed van de moeder.

AB0-bloedgroepsysteem

Er zijn meerdere bloedgroepsystemen, maar de meest gebruikte is het zogenoemde AB0-bloedgroepsysteem. Bij dit systeem wordt de bloedgroep bepaald door de aanwezigheid van een bepaald eiwit, ook wel antigeen, aan de buitenzijde van de celmembraan van de rode bloedcellen. Daarnaast zijn er ook antistoffen aanwezig, ook wel afweerstoffen of antilichamen. Deze antistoffen reageren op hun beurt weer op bepaalde antigenen. Zo heeft iemand met bloedgroep A het antigeen A en antistof B. Bij iemand met bloedgroep B zijn er antigeen B en antistof A aanwezig. Bij bloedgroep AB zijn zowel antigeen A en B aanwezig, maar zijn er geen antistoffen. Bij bloedgroep 0 zijn er dan weer geen antigenen aanwezig, maar worden wel antistoffen A en B aangemaakt. Met name bij bloedtransfusies zijn deze bloedgroepen van belang. Iemand met bloedgroep A kan geen bloed ontvangen van iemand met bloedgroep B vanwege de aanmaak van antistof B door bloedgroep A. Wordt dit wel gedaan, dan gaat het bloed klonteren met alle gevolgen van dien.

 

Rhesusfactor

Naast het AB0-bloedgroepsysteem is er ook nog de rhesusfactor. Met de rhesusfactor wordt ook wel bloedgroep D bedoeld. De meeste mensen, zo’n 85% van de bevolking, zijn rhesus-D positief. Dit betekend dat er antigeen D aan de buitenzijde van de celmembraan aanwezig zijn. Bij de overige 15% is antigeen D afwezig. Deze groep is rhesus-D negatief. Antistof D is hierbij over het algemeen afwezig, maar deze antistoffen kunnen op een later tijdstip wel worden aangemaakt.

Rhesus-D negatief

Wanneer je rhesus-D negatief bent wordt de aanmaak van antistoffen D gestimuleerd indien je in contact komt met rhesus-D positief bloed. Het lichaam gaat dan antistof D aanmaken tegen antigeen D omdat het lichaam de rhesus-D positieve rode bloedcellen als lichaamsvreemd herkend. Dit kan onder andere het geval zijn bij een bloedtransfusie maar dus ook tijdens de bevalling wanneer de baby rhesus-D positief is. Gezien het bloedcontact pas meestal tijdens de bevalling plaatsvind, is de kans op complicaties door de rhesusfactor bij het eerste kindje gering. Wel wordt er een extra bloedonderzoek uitgevoerd rond de 27ste week van de zwangerschap. Rond deze periode is de bloedgroep van de baby te bepalen en kan dus met zekerheid de rhesusfactor van de baby vastgesteld worden. Er kan ook voor worden gekozen om de rhesusfactor pas na de bevalling te controleren door het bloed vanuit de navelstreng te onderzoeken.

Volgende zwangerschappen

Via de placenta bereiken antistoffen van de moeder het ongeboren kind. Wanneer de moeder tijdens een eerdere zwangerschap al antistof D heeft aangemaakt zullen deze antistoffen, indien onbehandeld, in het bloed van de moeder verblijven. Deze antistoffen kunnen via de placenta in de bloedsomloop van het ongeboren kindje terecht komen. Wanneer de baby rhesus-D negatief is levert dit geen problemen op, gezien zowel moeder als baby dezelfde rhesusfactor hebben. Wanneer de baby rhesus-D positief is kan dit leiden tot bloedarmoede. Dit is het gevolg van afbraak van de rode bloedcellen door de antistoffen van de moeder. Per jaar wordt bij ongeveer 200 vrouwen antistof D vastgesteld.

Rhesusziekte

Doordat de rode bloedcellen van een rhesus-D positieve ongeboren baby worden afgebroken door antistof D die de baby krijgt van zijn of haar moeder via de placenta, gaat de baby als reactie meer bloed aanmaken. Echter, wanneer de afbraak van het bloed nog steeds hoger ligt dan de aanmaak van de rode bloedcellen, dan zal bloedarmoede opreden. Rhesusziekte ontstaat doordat er een verhoogde afbraak van het bloed is, waardoor er ook meer afbraakproducten aanwezig zullen zijn in het bloed van de baby. De baby kan hier erg ziek van worden en de baby ziet bij de geboorte geel vanwege de aanwezigheid van deze afbraakproducten. Bij een ernstige bloedarmoede kan uiteindelijk vocht ophopen in de buik en rond de longen van de baby; het hartje van het ongeboren kindje krijgt hierdoor het bloed niet goed door het lichaam meer rondgepompt. Een bloedtransfusie in de baarmoeder kan dan nodig zijn. Indien deze ernstige bloedarmoede onbehandeld blijft kan er zelf hersenschade bij het ongeboren kindje ontstaan en uiteindelijk kan de baby zelfs komen te overlijden. De ernst van de bloedarmoede is moeilijk te voorspellen. Bij het eerste kindje zal deze veelal niet ernstig zijn, wanneer deze sowieso al de kans krijgt te ontstaan. Bij volgende zwangerschappen groeit de kans op (ernstige) bloedarmoede wanneer er eerder geen Anti-D toegediend is.

Anti-D

Alle zwangere vrouwen die rhesus-D negatief zijn en een rhesus-D positieve baby dragen, krijgen rond de 30ste week van de zwangerschap een injectie met Anti-D. Anti-D is voluit een Anti-D -Gamma -Globine injectie. Dit medicijn, ook wel de rhesusprik, voorkomt de aanmaak van antistof D bij de moeder.

Na de bevalling is het van belang opnieuw een injectie Anti-D te krijgen. Deze injectie wordt zo’n 72 uur na de geboorte toegediend. Indien de moeder tijdens de zwangerschap geen Anti-D toegediend heeft gekregen zal zij deze injectie nu alsnog krijgen. Bij een zwangerschap van een meerling kan het zijn dat er op een later moment een Anti-D injectie gegeven wordt. De moeder zal mogelijk een hogere dosering Anti-D geïnjecteerd moeten krijgen als blijkt dat beide kinderen rhesus-D positief zijn. Bij de volgende situaties tijdens de zwangerschap wordt Anti-D tevens aanbevolen aan rhesus-D negatieve vrouwen:

  • Als er na tien weken zwangerschap een spontane miskraam plaatsvind;
  • Wanneer de zwangerschap onderbroken wordt;
  • Na een buitenbaarmoederlijke zwangerschap;
  • Na een vlokkentest of vruchtwaterpunctie;
  • Bij situaties waarin van buitenaf een sterke druk op de baarmoeder wordt uitgeoefend. Te denken valt hierbij aan een auto ongeluk of een schop in de buik.

Werking van de rhesusprik

De rhesusprik bevat antistoffen die ervoor zorgen dat de rhesus-D positieve rode bloedcellen van het ongeboren kindje, welke in de bloedsomloop van de rhesus-D negatieve moeder terecht zijn gekomen, zo snel mogelijk worden opgeruimd. Op deze manier heeft het lichaam van de moeder geen tijd om deze rhesus-D positieve stoffen op te merken en wordt er ook geen antistof D aangemaakt. Anti-D wordt gemaakt vanuit menselijk plasma, welke afkomstig is van vrijwillige Nederlandse bloeddonors.

De rhesusfactor hoeft dus niet per definitie complicaties op te leveren. Van belang is om jezelf te laten onderzoeken op de rhesusfactor en indien nodig jezelf te laten behandelen om te zorgen dat er geen problemen ontstaan.