Baby, Gezin, Persoonlijk

Een tweede kind? Die doe je er ‘gewoon even bij’

En toen had ik hem in mijn handen, mijn tweede positieve zwangerschapstest. Helemaal gepland (voor zover dat kan natuurlijk) en meer dan gewenst. Na het gevoel van enorme blijdschap kwam ook al snel de gedachte hoe we dit in hemelsnaam aan zouden gaan pakken. Mijn dochtertje zou nog net geen 2 jaar zijn als de baby geboren zou worden. Maar goed, onder het mom van ‘wie dan leeft, wie dan zorgt’, beleefde ik mijn tweede zwangerschap net zo bijzonder als de eerste. Wel had ik soms een soort van schuldgevoel naar mijn oudste. Soms had ik het gevoel dat ik haar tekort zou gaan doen. Ik weet nog goed dat ik met een kennis in gesprek was over (onze) kinderen. Toen ik mijn ‘zorgen’ uitte over hoe dat straks zou gaan als de baby er was, kreeg ik als antwoord: ‘Ooooh joh, die doe je er gewoon even bij’.

Dat gaf hoop!

In de laatste weken van mijn zwangerschap was ik nou niet echt de ideale moeder voor mijn dochtertje. Ze voelde ook feilloos aan dat mama niet zo snel meer was met d’r dikke buik. Regelmatig rende ik dan ook als een oud vrouwtje achter haar aan als ze weer eens de benen nam. Toen kwam wel weer even de gedachte naar boven hoe ze het zou doen als ik straks met de baby op schoot zou zitten. Dan kon ik niet meteen op springen als ze weer eens ondersteboven op de glijbaan zou hangen. Ik was dus maar wat blij dat we bij 38 weken zwangerschap aanbeland waren, want dan kon het elk moment gebeuren.

Hoera, een broertje!

Niet dus, mijn zoontje bleef rustig zitten en zo gingen langzaamaan naar de 40 weken toe. Op 25 maart was het moment daar: ons zoontje en broertje werd na een zwangerschap van 40 weken en 3 dagen thuis geboren. We waren nu papa en mama van twee kinderen en het avontuur ging beginnen. Mijn dochtertje was vanaf dag 1 apetrots op haar kleine broertje. Ze vond het wel vreemd dat er een vreemde mevrouw, de kraamhulp, in huis was. De baby hoorde er al meteen helemaal bij. Dat was weer een zorg minder, want ik maakte me stiekem wel een beetje zorgen hoe ze op de nieuwe situatie zou reageren.

De kraamweek vloog voorbij en ik had het volste vertrouwen dat het me zou gaan lukken. Maar toen was de dag daar dat de kraamhulp voor het laatst was en een lichte paniek sloeg toe. Nu moest ik het “zelf” gaan doen, want papa was inmiddels ook weer gewoon aan het werk. Gelukkig was daar oma, de redder in nood. Wat was ik blij dat zij de eerste weken bij mij in huis was om me te helpen en vooral; de oudste te entertainen. Na twee weken vond ik dat het wel tijd werd om het zelf te gaan doen en vertelde ik heel stoer dat ik de hulp niet meer nodig had. Een beetje optimistisch, maar ik dacht: het lukt me vast wel.

Het wordt beter

En het lukt zeker. Natuurlijk, de kleine jongen moet soms even wachten op zijn aandacht, en dat geldt ook voor zijn zus. Toen mijn dochtertje zo klein was, pakte ik haar meteen op als ze huilde. Nu zit ik regelmatig op hete kolen een verhaaltje voor te lezen aan de oudste als ze gaat slapen. Het zit namelijk niet erg rustig als er beneden een baby keihard ligt te krijsen.

Regelmatig heb ik net mijn zoontje aan de borst en moet de oudste ‘ineens’ naar de wc. Daar ga ik dan: half ontkleed de oudste op het toilet helpen, terwijl de jongste hongerig in de box ligt te krijsen. Als er dan ook nog eens ‘niets komt’ (lang leve de zindelijkheidstraining) probeer ik mezelf maar even moed in te praten. Het wordt vanzelf een keer beter.

Cliché

Er zijn nu 5 maanden voorbij en ik moet toch terugkomen op de opmerking van mijn kennis. Want die tweede, die doe je er écht niet ‘even bij’. Ik baad af en toe in zelfmedelijden omdat het zo druk is, ik heb eens in de zoveel tijd (zeg maar: elke dag) een klaagmomentje en ik plof doodmoe op de bank als de kindjes toevallig op dezelfde tijd gaan slapen.

Maar inmiddels beginnen we allemaal te wennen aan de gezinssituatie. Wanneer ik zelf mijn handen niet vrij heb, zorgt de kleine (want stiekem is ze pas 2 en dus nog best klein) meid voor haar broertje wanneer hij huilt. Ze rent snel naar hem toe met zijn speen en troost hem. Hoewel ze de speen af en toe wat lomp in zijn mondje probeert te proppen, doet ze het allemaal zo goed als grote zus.

Hoe druk het ook is, het cliché is echt waar: je krijgt er zoveel voor terug!

 

Vorige bericht Volgende bericht

Misschien vind je dit ook leuk om te lezen

Reacties op Facebook

Geen reacties

Plaats een reactie